Numeri 11:28

“En Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van Mozes, een van zijn uitgelezen jongelingen, antwoordde en zeide: Mijn heer Mozes, verbied hun!”
— Numeri 11:28 (The Statenvertaling Bible)

Context: Numeri 11

26Maar twee mannen waren in het leger overgebleven; des enen naam was Eldad, en des anderen naam Medad; en die Geest rustte op hen (want zij waren onder de aangeschrevenen, hoewel zij tot de tent niet uitgegaan waren), en zij profeteerden in het leger.

27Toen liep een jongen heen, en boodschapte aan Mozes, en zeide: Eldad en Medad profeteren in het leger.

28En Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van Mozes, een van zijn uitgelezen jongelingen, antwoordde en zeide: Mijn heer Mozes, verbied hun!

29Doch Mozes zeide tot hem: Zijt gij voor mij ijverende? Och of al dat volk des HEEREN profeten waren, dat de HEERE Zijn Geest over hen gave!

30Daarna verzamelde zich Mozes tot het leger, hij en de oudsten van Israel.

Over Numeri 11: De Klachten van de Israëlieten

Numeri 11: De Klachten van de Israëlieten

De Israëlieten klagen over het voedsel en God stuurt kwartels en een plaag.

Commentaar

In Numeri 11, zijn de Israëlieten in de woestijn en klagen ze over het voedsel dat ze hebben gekregen. Ze verlangen naar het voedsel dat ze in Egypte hadden, en ze zijn zo wanhopig dat ze bereid zijn hun leven in gevaar te brengen om het te krijgen. God hoort hun klachten en zendt een wind om kwartels naar hen te brengen. Hij stuurt ook een vuur om de randen van het kamp te verteren.

De mensen zijn zo overweldigd door de overvloed aan voedsel dat ze meer verzamelen dan ze kunnen eten. Mozes is boos op hen vanwege hun gebrek aan geloof en omdat ze niet op God vertrouwen om voor hen te zorgen. Hij smeekt God om hen te vergeven, en God doet dat.

Personen in Numeri 11