Numeri 22:37
“En Balak zeide tot Bileam: Heb ik niet ernstiglijk tot u gezonden, om u te roepen? Waarom zijt gij niet tot mij gekomen? Kan ik u niet te recht vereren?”
Context: Numeri 22
35De Engel des HEEREN nu zeide tot Bileam: Ga heen met deze mannen; maar alleenlijk dat woord, wat Ik tot u spreken zal, dat zult gij spreken. Alzo toog Bileam met de vorsten van Balak.
36Als Balak hoorde, dat Bileam kwam, zo ging hij uit, hem tegemoet, tot de stad der Moabieten, welke aan de landpale van de Arnon ligt, die aan het uiterste der landpale is.
37En Balak zeide tot Bileam: Heb ik niet ernstiglijk tot u gezonden, om u te roepen? Waarom zijt gij niet tot mij gekomen? Kan ik u niet te recht vereren?
38Toen zeide Bileam tot Balak: Zie, ik ben tot u gekomen; zal ik nu enigzins iets kunnen spreken? Het woord, hetwelk God in mijn mond leggen zal, dat zal ik spreken.
39En Bileam ging met Balak; en zij kwamen te Kirjath-Huzzoth.
Over Numeri 22: Balaam en Balak

Bileam wordt ingehuurd om de Israëlieten te vervloeken, maar in plaats daarvan zegent hij hen.
Commentaar
In Numeri 22 zijn de Israëlieten op weg naar het Beloofde Land en zijn ze aangekomen op de vlaktes van Moab. Balak, de koning van Moab, is bang voor de Israëlieten en stuurt Bileam, een profeet, om hen te vervloeken. Bileam is aanvankelijk terughoudend om te gaan, maar God zegt hem om met de Moabitische boodschappers mee te gaan. Onderweg ziet de ezel van Bileam een engel van de Heer en stopt. Bileam is boos en slaat de ezel, maar de engel openbaart zichzelf en vertelt Bileam dat hij hem alleen maar beschermt. Bileam gaat vervolgens verder op zijn reis en ontmoet Balak.
Dit hoofdstuk van Numeri is een herinnering aan de kracht van God en Zijn bescherming van Zijn volk. Bileam is een profeet van God, maar toch is hij bereid om tegen Gods wil in te gaan en de Israëlieten te vervloeken. God is echter trouw en stuurt een engel om Bileam te beschermen en hem te weerhouden van iets waar hij spijt van zou krijgen. Dit is een herinnering dat God altijd over ons waakt en ons zal beschermen tegen gevaar. We kunnen op Hem en Zijn beloften vertrouwen, zelfs wanneer het lijkt alsof alle hoop verloren is.