Numeri 7:43
“Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;”
Context: Numeri 7
41En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Selumiel, den zoon van Zurisaddai.
42Op den zesden dag offerde de overste der kinderen van Gad, Eljasaf, den zoon van Dehuel.
43Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
44Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
45Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
Over Numeri 7: Het altaar en zijn vaten

De leiders van de stammen brengen offers om de Tabernakel te wijden.
Commentaar
In Numeri 7 zien we de inwijding van de Tabernakel en de offers van de leiders van de twaalf stammen van Israël. Dit hoofdstuk is een voortzetting van het verhaal uit het vorige hoofdstuk, waarin de instructies voor de bouw van de Tabernakel en de verschillende voorwerpen en vaten die moesten worden gebruikt in zijn dienst, werden beschreven.
Het hoofdstuk begint met de leiders van de twaalf stammen die hun offers brengen voor de inwijding van de Tabernakel. Elke leider brengt hetzelfde offer, dat bestaat uit zes wagens en twaalf ossen, samen met diverse andere voorwerpen zoals zilver en goud. Dit offer is een teken van hun toewijding aan de Heer en hun bereidheid om Hem te dienen.