Spreuken 26:18

“Gelijk een, die zich veinst te razen, die vuursprankelen, pijlen en dodelijke dingen werpt;”
— Spreuken 26:18 (The Statenvertaling Bible)

Context: Spreuken 26

16De luiaard is wijzer in zijn ogen, dan zeven, die met rede antwoorden.

17De voorbijgaande, die zich vertoornt in een twist, die hem niet aangaat, is gelijk die een hond bij de oren grijpt.

18Gelijk een, die zich veinst te razen, die vuursprankelen, pijlen en dodelijke dingen werpt;

19Alzo is een man, die zijn naaste bedriegt, en zegt: Jok ik er niet mede?

20Als er geen hout is, gaat het vuur uit; en als er geen oorblazer is, wordt het gekijf gestild.

Over Spreuken 26: De Dwaasheid van Dwazen en de Wijsheid van de Wijzen

Spreuken 26: De Dwaasheid van Dwazen en de Wijsheid van de Wijzen

Spreuken 26 is een verzameling van verspreide wijsheidszegeningen die het thema dwaasheid en wijsheid behandelen. Het hoofdstuk belicht de destructieve aard van dwazen en de voordelen van wijs leven. De verzen bieden praktisch advies over hoe om te gaan met dwazen en hoe hun dwaasheid te vermijden.

Commentaar

Het hoofdstuk begint met een waarschuwing tegen de dwaasheid van mensen die geen eer verdienen, gevolgd door een vergelijking van een luie persoon met een deur die op zijn scharnieren draait. Het hoofdstuk spreekt ook over de problemen die ontstaan wanneer dwazen worden vertrouwd met verantwoordelijkheden. Het waarschuwt ook tegen het kwaad van roddelen en liegen, wat kan leiden tot onnodige conflicten en relaties kan ruïneren. Verder spoort het hoofdstuk aan tot zelfreflectie, waarbij ons wordt herinnerd aan het belangrijke verschil tussen constructieve kritiek en onbehulpzame negatieve opmerkingen. Kortom, Spreuken 26 leert ons om wijs en onderscheidend te zijn in onze dagelijkse interacties, zodat we de valkuilen van dwaasheid kunnen vermijden.

Personen in Spreuken 26