Uittocht 34:22
“Het feest der weken zult gij ook houden, zijnde het feest der eerstelingen van den tarweoogst, en het feest der inzameling, als het jaar om is.”
Context: Uittocht 34
20Doch den ezel, die de baarmoeder opent, zult gij met een stuk klein vee lossen; maar indien gij hem niet zult lossen, zo zult gij hem den nek breken. Al de eerstgeborenen uwer zonen zult gij lossen, en men zal voor Mijn aangezicht niet ledig verschijnen.
21Zes dagen zult gij arbeiden, maar op den zevenden dag zult gij rusten; in den ploegtijd en in den oogst zult gij rusten.
22Het feest der weken zult gij ook houden, zijnde het feest der eerstelingen van den tarweoogst, en het feest der inzameling, als het jaar om is.
23Al wat mannelijk is onder u zal driemaal in het jaar verschijnen voor het aangezicht des Heeren HEEREN, den God van Israel.
24Wanneer Ik de volken voor uw aangezicht uit de bezitting zal verdrijven, en uw landpalen verwijden, dan zal niemand uw land begeren, terwijl gij henen opgaan zult, om te verschijnen voor het aangezicht des HEEREN uws Gods, driemaal in het jaar.
Over Uittocht 34: De Vernieuwing van het Verbond

Mozes ontvangt een nieuwe set stenen tabletten en God herhaalt de Tien Geboden.
Commentaar
Exodus 34 is een essentieel hoofdstuk in het boek Exodus, aangezien het de vernieuwing van het verbond tussen God en de Israelieten markeert. Nadat de Israelieten het verbond hadden verbroken door het aanbidden van het gouden kalf, had God gedreigd hen te vernietigen en opnieuw te beginnen met Mozes. Echter, Mozes pleitte namens hen en God stemde ermee in hen te vergeven.
In dit hoofdstuk onthult God aan Mozes de Tien Geboden, die de basis vormen van het verbond. Deze geboden zijn een reeks morele en ethische richtlijnen die de Israelieten moeten volgen om in de gunst van God te blijven. Ze bevatten verboden tegen afgoderij, moord, overspel, stelen en begeren.