Ezechiël 16:25

“Aan elk hoofd des wegs hebt gij uw hoge plaatsen gebouwd, en hebt uw schoonheid gruwelijk gemaakt, en hebt met uw benen geschreden voor een ieder, die voorbijging, en hebt uw hoererijen vermenigvuldigd.”
— Ezechiël 16:25 (The Statenvertaling Bible)

Context: Ezechiël 16

23Het is ook geschied na al uw boosheid,, wee, wee u, spreekt de Heere HEERE),

24Dat gij u een verwelfsel gebouwd hebt, en u een hoge plaats gemaakt hebt in elke straat.

25Aan elk hoofd des wegs hebt gij uw hoge plaatsen gebouwd, en hebt uw schoonheid gruwelijk gemaakt, en hebt met uw benen geschreden voor een ieder, die voorbijging, en hebt uw hoererijen vermenigvuldigd.

26Gij hebt ook gehoereerd met de kinderen van Egypte, uw naburen, die groot van vlees zijn; en gij hebt uw hoererij vermenigvuldigd, om Mij tot toorn te verwekken.

27Ziet, daarom strekte Ik Mijn hand over u uit, en verminderde uw bescheiden deel; en Ik gaf u over in den lust dergenen, die u haten, der dochteren der Filistijnen, die vanwege uw schandelijken weg beschaamd waren.

Over Ezechiël 16: De Ontrouwe Jeruzalem

Ezechiël 16: De Ontrouwe Jeruzalem

In Ezechiël 16 spreekt de Heer tot de profeet Ezechiël over de geschiedenis van Jeruzalem en haar voortdurende ontrouw ten opzichte van God. Met behulp van een metafoor van een pasgeboren meisje dat wordt gered en opgevoed door een liefhebbende echtgenoot, vertelt God hoe Jeruzalem werd gered, verzorgd en gezegend maar toch van God afkeerde en andere goden aanbad. Het hoofdstuk eindigt met een waarschuwing dat Jeruzalem veroordeeld zal worden voor haar zonden.

Commentaar

Default commentary text

Personen in Ezechiël 16