Ezechiël 16:34

“Zo geschiedt met u in uw hoererijen het tegendeel van de vrouwen, dewijl men u niet naloopt, om te hoereren; want als gij hoerenloon geeft, en het hoerenloon u niet gegeven wordt; zo zijt gij tot een tegendeel geworden.”
— Ezechiël 16:34 (The Statenvertaling Bible)

Context: Ezechiël 16

32O, die overspelige vrouw, zij neemt in plaats van haar man de vreemden aan.

33Men geeft loon aan alle hoeren; maar gij geeft uw loon aan al uw boelen, en gij beschenkt ze, opdat zij tot u van rondom zouden ingaan om uw hoererijen.

34Zo geschiedt met u in uw hoererijen het tegendeel van de vrouwen, dewijl men u niet naloopt, om te hoereren; want als gij hoerenloon geeft, en het hoerenloon u niet gegeven wordt; zo zijt gij tot een tegendeel geworden.

35Daarom, o hoer, hoor des HEEREN woord.

36Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat uw vergif uitgestort is, en uw schaamte door uw hoererijen met uw boelen ontdekt is, en met al de drekgoden uwer gruwelen, en na het bloed uwer kinderen, dat gij hun gegeven hebt;

Over Ezechiël 16: De Ontrouwe Jeruzalem

Ezechiël 16: De Ontrouwe Jeruzalem

In Ezechiël 16 spreekt de Heer tot de profeet Ezechiël over de geschiedenis van Jeruzalem en haar voortdurende ontrouw ten opzichte van God. Met behulp van een metafoor van een pasgeboren meisje dat wordt gered en opgevoed door een liefhebbende echtgenoot, vertelt God hoe Jeruzalem werd gered, verzorgd en gezegend maar toch van God afkeerde en andere goden aanbad. Het hoofdstuk eindigt met een waarschuwing dat Jeruzalem veroordeeld zal worden voor haar zonden.

Commentaar

Default commentary text

Personen in Ezechiël 16