Ezechiël 16:37

“Daarom, zie, Ik zal al uw boelen vergaderen, met dewelke gij vermengd zijt geweest, en allen, die gij liefgehad hebt, met allen, die gij gehaat hebt; en Ik zal hen van rondom vergaderen tegen u, en Ik zal voor hen uw naaktheid ontdekken, dat zij uw ganse naaktheid zien zullen.”
— Ezechiël 16:37 (The Statenvertaling Bible)

Context: Ezechiël 16

35Daarom, o hoer, hoor des HEEREN woord.

36Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat uw vergif uitgestort is, en uw schaamte door uw hoererijen met uw boelen ontdekt is, en met al de drekgoden uwer gruwelen, en na het bloed uwer kinderen, dat gij hun gegeven hebt;

37Daarom, zie, Ik zal al uw boelen vergaderen, met dewelke gij vermengd zijt geweest, en allen, die gij liefgehad hebt, met allen, die gij gehaat hebt; en Ik zal hen van rondom vergaderen tegen u, en Ik zal voor hen uw naaktheid ontdekken, dat zij uw ganse naaktheid zien zullen.

38Daartoe zal Ik u naar de rechten der overspeelsters en der bloedvergietsters richten; en Ik zal u overgeven aan het bloed der grimmigheid en des ijvers.

39En Ik zal u in hun hand overgeven, en zij zullen uw verwelfsel afbreken, en uw hoge plaatsen omwerpen, en uw klederen u uittrekken, en uw sierlijke juwelen nemen, en u naakt en bloot laten.

Over Ezechiël 16: De Ontrouwe Jeruzalem

Ezechiël 16: De Ontrouwe Jeruzalem

In Ezechiël 16 spreekt de Heer tot de profeet Ezechiël over de geschiedenis van Jeruzalem en haar voortdurende ontrouw ten opzichte van God. Met behulp van een metafoor van een pasgeboren meisje dat wordt gered en opgevoed door een liefhebbende echtgenoot, vertelt God hoe Jeruzalem werd gered, verzorgd en gezegend maar toch van God afkeerde en andere goden aanbad. Het hoofdstuk eindigt met een waarschuwing dat Jeruzalem veroordeeld zal worden voor haar zonden.

Commentaar

Default commentary text

Personen in Ezechiël 16