Ezechiël 19:12

“Maar hij werd door grimmigheid uitgerukt, en ter aarde geworpen, en de oostenwind heeft zijn vrucht verdroogd; zijn sterke roeden zijn afgebroken en zijn verdroogd; het vuur heeft ze verteerd.”
— Ezechiël 19:12 (The Statenvertaling Bible)

Context: Ezechiël 19

10Uw moeder was als een wijnstok in uw stilheid, geplant bij wateren; hij was vruchtbaar en vol ranken vanwege vele wateren.

11En hij had sterke roeden tot scepteren der heersers, en de stam van elke roede werd hoog tussen de dichte takken; en hij werd gezien door zijn hoogte, met de menigte zijner takken.

12Maar hij werd door grimmigheid uitgerukt, en ter aarde geworpen, en de oostenwind heeft zijn vrucht verdroogd; zijn sterke roeden zijn afgebroken en zijn verdroogd; het vuur heeft ze verteerd.

13En nu is hij geplant in een woestijn, in een dor en dorstig land.

14Daartoe is een vuur uitgegaan uit een roede zijner ranken, dat zijn vrucht verteerd heeft; zodat aan hem geen sterke roede is tot een scepter, om te heersen. Dit is een weeklage, en is tot een weeklage geworden.

Over Ezechiël 19: Een klaagzang voor de prinsen van Israël

Ezechiël 19: Een klaagzang voor de prinsen van Israël

In Ezechiël hoofdstuk 19 gebruikt de profeet een rouwklacht om het verval van de koninklijke familie van Israël te betreuren. Hij vergelijkt de koningen en prinsen van Israël met een leeuwin en haar welpen, waarbij hij hun macht en prominentie benadrukt. Hun arrogantie en ongehoorzaamheid leiden uiteindelijk tot hun ondergang, net zoals de leeuwin haar welpen en macht verliest.

Commentaar

Default commentary text

Personen in Ezechiël 19