Ezechiël 20:25

“Daarom gaf Ik hun ook besluitingen, die niet goed waren, en rechten, waarbij zij niet leven zouden.”
— Ezechiël 20:25 (The Statenvertaling Bible)

Context: Ezechiël 20

23Ik hief ook Mijn hand tot hen op in de woestijn, dat Ik hen verspreiden zou onder de heidenen, en hen verstrooien in de landen;

24Omdat zij Mijn rechten niet gedaan hadden, maar Mijn inzettingen verworpen en Mijn sabbatten ontheiligd hadden, en hun ogen achter de drekgoden hunner vaderen waren.

25Daarom gaf Ik hun ook besluitingen, die niet goed waren, en rechten, waarbij zij niet leven zouden.

26En Ik verontreinigde hen in hun giften, omdat zij door het vuur deden doorgaan al wat de baarmoeder opent; opdat Ik ze verwoesten zou, ten einde dat zij zouden weten, dat Ik de HEERE ben.

27Daarom, mensenkind, spreek tot het huis Israels, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Hiermede nog hebben Mij uw vaderen gesmaad, dat zij door overtreding tegen Mij overtreden hebben.

Over Ezechiël 20: Gods Toorn en Genade over Israël

Ezechiël 20: Gods Toorn en Genade over Israël

In Ezechiël hoofdstuk 20 bespreekt God de geschiedenis van Israëls opstandigheid tegen Hem. Hij vertelt hoe de Israëlieten valse goden aanbaden en zondige praktijken uitvoerden, wat leidde tot hun ballingschap in Babylon. Ondanks dit openbaart God Zijn barmhartigheid jegens Israël door te beloven hen terug te brengen naar hun thuisland en hun zonden te vergeven.

Commentaar

Default commentary text

Personen in Ezechiël 20