Ezechiël 20:48

“En alle vlees zal zien, dat Ik, de HEERE, dat aangestoken heb; het zal niet uitgeblust worden.”
— Ezechiël 20:48 (The Statenvertaling Bible)

Context: Ezechiël 20

46Mensenkind, zet uw aangezicht naar den weg van het zuiden, en drup tegen het zuiden; en profeteer tegen het woud van het veld in het zuiden.

47En zeg tot het zuiderwoud: Hoor des HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal een vuur in u aansteken, hetwelk in u allen groenen boom en allen dorren boom verteren zal; de vlammende vlam zal niet uitgeblust worden, maar daardoor zullen verbrand worden alle aangezichten van het zuiden tot het noorden toe.

48En alle vlees zal zien, dat Ik, de HEERE, dat aangestoken heb; het zal niet uitgeblust worden.

49En ik zeide: Ach, Heere HEERE, zij zeggen van mij: Is hij niet een verdichter van gelijkenissen?

Over Ezechiël 20: Gods Toorn en Genade over Israël

Ezechiël 20: Gods Toorn en Genade over Israël

In Ezechiël hoofdstuk 20 bespreekt God de geschiedenis van Israëls opstandigheid tegen Hem. Hij vertelt hoe de Israëlieten valse goden aanbaden en zondige praktijken uitvoerden, wat leidde tot hun ballingschap in Babylon. Ondanks dit openbaart God Zijn barmhartigheid jegens Israël door te beloven hen terug te brengen naar hun thuisland en hun zonden te vergeven.

Commentaar

Default commentary text

Personen in Ezechiël 20