Ezechiël 23:30

“Deze dingen zal men u doen, dewijl gij de heidenen nagehoereerd hebt, en omdat gij u met hun drekgoden verontreinigd hebt.”
— Ezechiël 23:30 (The Statenvertaling Bible)

Context: Ezechiël 23

28Want alzo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal u overgeven in de hand dergenen, die gij haat, in de hand dergenen, van dewelken uw ziel is afgetrokken.

29Die zullen met u handelen uit haat, en al uw arbeid wegnemen, en u naakt en bloot laten, dat uw hoerenschaamte ontdekt worde, mitsgaders uw schandelijkheid en uw hoererijen.

30Deze dingen zal men u doen, dewijl gij de heidenen nagehoereerd hebt, en omdat gij u met hun drekgoden verontreinigd hebt.

31In den weg uwer zuster hebt gij gewandeld, daarom zal Ik haar beker in uw hand geven.

32Alzo zegt de Heere HEERE: Gij zult den beker uwer zuster drinken, die diep en wijd is; gij zult tot belaching en spot worden; de beker houdt veel in.

Over Ezechiël 23: De Ontrouwe Zussen

Ezechiël 23: De Ontrouwe Zussen

In Ezechiël 23 ontvangt de profeet een visioen van God over twee zussen, Oholah en Oholibah, die de koninkrijken van Israël en Juda vertegenwoordigen. Beide zussen hebben overspel gepleegd en afgoderij bedreven door hun verbond met God te verbreken. God uit zijn woede en oordeel tegen hen, en zij zullen vernietiging en gevangenschap onder ogen zien als gevolg van hun daden.

Commentaar

Default commentary text

Personen in Ezechiël 23