Ezechiël 23:37
“Want zij hebben overspel gedaan, en er is bloed in haar handen; en zij hebben met haar drekgoden overspel gedaan; daartoe hebben zij ook haar kinderen, die zij Mij gebaard hadden, voor hen door het vuur laten doorgaan, tot spijze.”
Context: Ezechiël 23
35Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij Mijner vergeten, en Mij achter uw rug geworpen hebt, zo draagt gij ook uw schandelijkheid en uw hoererijen.
36En de HEERE zeide tot mij: Mensenkind! zoudt gij Ohola en Oholiba recht geven? Ja, vertoon haar haar gruwelen.
37Want zij hebben overspel gedaan, en er is bloed in haar handen; en zij hebben met haar drekgoden overspel gedaan; daartoe hebben zij ook haar kinderen, die zij Mij gebaard hadden, voor hen door het vuur laten doorgaan, tot spijze.
38Nog hebben zij Mij dit gedaan; zij hebben Mijn heiligdom ten zelven dage verontreinigd, en Mijn sabbatten ontheiligd.
39Want als zij hun kinderen hun drekgoden geslacht hadden, zo kwamen zij op dienzelven dag in Mijn heiligdom, om dat te ontheiligen; en ziet, alzo hebben zij gedaan in het midden van Mijn huis.
Over Ezechiël 23: De Ontrouwe Zussen

In Ezechiël 23 ontvangt de profeet een visioen van God over twee zussen, Oholah en Oholibah, die de koninkrijken van Israël en Juda vertegenwoordigen. Beide zussen hebben overspel gepleegd en afgoderij bedreven door hun verbond met God te verbreken. God uit zijn woede en oordeel tegen hen, en zij zullen vernietiging en gevangenschap onder ogen zien als gevolg van hun daden.
Commentaar
Default commentary text