Ezechiël 23:9
“Daarom gaf Ik haar in de hand van haar boelen over, in de hand der kinderen van Assur, op dewelke zij verliefd was.”
Context: Ezechiël 23
7Alzo dreef zij haar hoererijen met dezelve, die allen de keure der kinderen van Assur waren; en met allen, op dewelke zij verliefd was, met al derzelver drekgoden, verontreinigde zij zich.
8Zij verliet ook haar hoererijen niet, gebracht uit Egypte; want zij hadden bij haar in haar jeugd gelegen, en zij hadden de tepelen haars maagdoms betast, en zij hadden hun hoererij over haar uitgestort.
9Daarom gaf Ik haar in de hand van haar boelen over, in de hand der kinderen van Assur, op dewelke zij verliefd was.
10Dezen ontdekten haar schaamte, haar zonen en haar dochteren namen zij weg, maar haar doodden zij met het zwaard; en zij kreeg een naam onder de vrouwen, nadat men gerichten over haar geoefend had.
11Als haar zuster, Oholiba, dit zag, zo verdierf zij haar minne nog meer dan zij, en haar hoererijen meer dan de hoererijen van haar zuster.
Over Ezechiël 23: De Ontrouwe Zussen

In Ezechiël 23 ontvangt de profeet een visioen van God over twee zussen, Oholah en Oholibah, die de koninkrijken van Israël en Juda vertegenwoordigen. Beide zussen hebben overspel gepleegd en afgoderij bedreven door hun verbond met God te verbreken. God uit zijn woede en oordeel tegen hen, en zij zullen vernietiging en gevangenschap onder ogen zien als gevolg van hun daden.
Commentaar
Default commentary text