Ezechiël 25:10

“Voor die van het oosten, met het land der kinderen Ammons, hetwelk Ik ter bezitting zal overgeven; opdat der kinderen Ammons onder de heidenen niet meer gedacht worde.”
— Ezechiël 25:10 (The Statenvertaling Bible)

Context: Ezechiël 25

8Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat Moab en Seir zeggen: Ziet, het huis van Juda is gelijk al de heidenen;

9Daarom, ziet, Ik zal de zijde van Moab openen, van de steden af, van zijn steden, die van zijn grenzen af zijn, het sieraad des lands, Beth-Jesimoth, Baal-Meon, en tot Kiriathaim toe;

10Voor die van het oosten, met het land der kinderen Ammons, hetwelk Ik ter bezitting zal overgeven; opdat der kinderen Ammons onder de heidenen niet meer gedacht worde.

11Ik zal ook in Moab gerichten oefenen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

12Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat Edom met enkel wraakgierigheid gehandeld heeft tegen het huis van Juda; en zij zich zeer schuldig gemaakt hebben, dat zij zich aan hen gewroken hebben:

Over Ezechiël 25: Profetieën tegen buurnaties

Ezechiël 25: Profetieën tegen buurnaties

In Ezechiël hoofdstuk 25 spreekt God door de profeet Ezechiël, waarbij hij profetieën uitspreekt tegen naburige volken. De volken van Ammon, Moab, Edom, Filistea en Tyrus zullen allemaal oordeel en straf ondergaan voor hun ongehoorzaamheid jegens Gods volk en hun viering van de vernietiging van Israël.

Commentaar

Default commentary text

Personen in Ezechiël 25