Ezechiël 27:15

“De kinderen van Dedan waren uw kooplieden; vele eilanden waren de koophandel uwer hand; hoornen van elpenbeen en ebbenhout gaven zij u weder tot een verering.”
— Ezechiël 27:15 (The Statenvertaling Bible)

Context: Ezechiël 27

13Javan, Tubal en Mesech waren uw kooplieden; met mensenzielen en koperen vaten dreven zij onderlingen handel met u.

14Uit het huis van Togarma leverden zij paarden, en ruiteren, en muilezels op uw markten.

15De kinderen van Dedan waren uw kooplieden; vele eilanden waren de koophandel uwer hand; hoornen van elpenbeen en ebbenhout gaven zij u weder tot een verering.

16Syrie dreef koophandel met u, vanwege de veelheid uwer werken; met smaragden, purper, en gestikt werk, en zijde, en Ramoth, en Cadkod, handelden zij op uw markten.

17Juda en het land Israels waren uw kooplieden; met tarwe van Minnit en Pannag, en honig, en olie, en balsem, dreven zij onderlingen handel met u.

Over Ezechiël 27: Het Lament voor Tyrus

Ezechiël 27: Het Lament voor Tyrus

In hoofdstuk 27 van Ezechiël betreurt de profeet de val van de grote stad Tyrus, een belangrijk handelscentrum van de oude wereld. Hij beschrijft de pracht en commercieel succes van de stad, maar voorspelt vervolgens haar ondergang vanwege trots, arrogantie en afgoderij. Het hoofdstuk dient als zowel een waarschuwing voor andere naties als een herinnering aan Gods oordeel over degenen die zijn geboden negeren en hun eigen zelfzuchtige doelen nastreven.

Commentaar

Default commentary text

Personen in Ezechiël 27