Ezechiël 27:24
“Die waren uw kooplieden met volkomen sieradien, met pakken van hemelsblauw en gestikt werk, en met schatkisten van schone klederen; gebonden met koorden, en in ceder gepakt, onder uw koopmanschap.”
Context: Ezechiël 27
22De kooplieden van Scheba en Raema waren uw kooplieden; met alle hoofdspecerij, en met alle kostelijk gesteente en goud, handelden zij op uw markten.
23Haran, en Kanne, en Eden, de kooplieden van Scheba, Assur en Kilmad, handelden met u.
24Die waren uw kooplieden met volkomen sieradien, met pakken van hemelsblauw en gestikt werk, en met schatkisten van schone klederen; gebonden met koorden, en in ceder gepakt, onder uw koopmanschap.
25De schepen van Tarsis zongen van u, vanwege den onderlingen koophandel met u; en gij waart vervuld, en zeer verheerlijkt in het hart der zeeen.
26Die u roeien, hebben u in grote wateren gevoerd; de oostenwind heeft u verbroken in het hart der zeeen.
Over Ezechiël 27: Het Lament voor Tyrus

In hoofdstuk 27 van Ezechiël betreurt de profeet de val van de grote stad Tyrus, een belangrijk handelscentrum van de oude wereld. Hij beschrijft de pracht en commercieel succes van de stad, maar voorspelt vervolgens haar ondergang vanwege trots, arrogantie en afgoderij. Het hoofdstuk dient als zowel een waarschuwing voor andere naties als een herinnering aan Gods oordeel over degenen die zijn geboden negeren en hun eigen zelfzuchtige doelen nastreven.
Commentaar
Default commentary text