Ezechiël 4:6
“Als gij nu deze voleinden zult, lig ten anderen male neder op uw rechterzijde, en gij zult de ongerechtigheid van het huis van Juda dragen veertig dagen; Ik heb u gegeven elken dag voor elk jaar.”
Context: Ezechiël 4
4Lig gij ook neder op uw linkerzijde, en leg daarop de ongerechtigheid van het huis Israels, naar het getal der dagen, dat gij daarop zult liggen, zult gij hun ongerechtigheid dragen.
5Want Ik heb u gegeven de jaren hunner ongerechtigheid, naar het getal der dagen, driehonderd en negentig dagen, dat gij de ongerechtigheid van het huis Israels dragen zult.
6Als gij nu deze voleinden zult, lig ten anderen male neder op uw rechterzijde, en gij zult de ongerechtigheid van het huis van Juda dragen veertig dagen; Ik heb u gegeven elken dag voor elk jaar.
7Daarom zult gij uw aangezicht richten tegen de belegering van Jeruzalem, en uw arm zal ontbloot zijn; en gij zult tegen haar profeteren.
8En ziet, Ik zal dikke touwen aan u leggen, dat gij u niet omkeert van uw ene zijde tot uw andere zijde, totdat gij de dagen uwer belegering voleind hebt.
Over Ezechiël 4: Ezechiël voert een belegering uit tegen Jeruzalem

In hoofdstuk 4 geeft God aan Ezechiël het vreemde bevel om een belegering tegen een model van Jeruzalem uit te beelden. God zegt tegen Ezechiël dat hij 390 dagen op zijn zij moet liggen om de straf die over Israël zal komen voor te stellen, en daarna 40 dagen op zijn andere zij moet liggen om de straf over Juda voor te stellen. Tijdens deze periode mag Ezechiël alleen een kleine hoeveelheid brood eten dat over mest is gebakken.
Commentaar
Default commentary text