Ezechiël 4:8

“En ziet, Ik zal dikke touwen aan u leggen, dat gij u niet omkeert van uw ene zijde tot uw andere zijde, totdat gij de dagen uwer belegering voleind hebt.”
— Ezechiël 4:8 (The Statenvertaling Bible)

Context: Ezechiël 4

6Als gij nu deze voleinden zult, lig ten anderen male neder op uw rechterzijde, en gij zult de ongerechtigheid van het huis van Juda dragen veertig dagen; Ik heb u gegeven elken dag voor elk jaar.

7Daarom zult gij uw aangezicht richten tegen de belegering van Jeruzalem, en uw arm zal ontbloot zijn; en gij zult tegen haar profeteren.

8En ziet, Ik zal dikke touwen aan u leggen, dat gij u niet omkeert van uw ene zijde tot uw andere zijde, totdat gij de dagen uwer belegering voleind hebt.

9En neemt gij voor u tarwe, en gerst, en bonen, en linzen, en gierst, en spelt; en doe die in een vat, en maak die u tot brood; naar het getal der dagen, die gij op uw zijde nederliggen zult, driehonderd en negentig dagen, zult gij dat eten.

10Uw spijze nu, die gij eten zult, zal in gewicht zijn twintig sikkelen daags; van tijd tot tijd zult gij die eten.

Over Ezechiël 4: Ezechiël voert een belegering uit tegen Jeruzalem

Ezechiël 4: Ezechiël voert een belegering uit tegen Jeruzalem

In hoofdstuk 4 geeft God aan Ezechiël het vreemde bevel om een belegering tegen een model van Jeruzalem uit te beelden. God zegt tegen Ezechiël dat hij 390 dagen op zijn zij moet liggen om de straf die over Israël zal komen voor te stellen, en daarna 40 dagen op zijn andere zij moet liggen om de straf over Juda voor te stellen. Tijdens deze periode mag Ezechiël alleen een kleine hoeveelheid brood eten dat over mest is gebakken.

Commentaar

Default commentary text

Personen in Ezechiël 4