Ezechiël 44:2
“En de HEERE zeide tot mij: Deze poort zal toegesloten zijn, zij zal niet geopend worden, noch iemand door dezelve ingaan, omdat de HEERE, de God Israels, door dezelve is ingegaan; daarom zal zij toegesloten zijn.”
Context: Ezechiël 44
1Toen deed hij mij wederkeren den weg naar de poort van het buitenste heiligdom, die naar het oosten zag; en die was toegesloten.
2En de HEERE zeide tot mij: Deze poort zal toegesloten zijn, zij zal niet geopend worden, noch iemand door dezelve ingaan, omdat de HEERE, de God Israels, door dezelve is ingegaan; daarom zal zij toegesloten zijn.
3De vorst, de vorst, die zal in dezelve zitten, om brood te eten voor het aangezicht des HEEREN; door den weg van het voorhuis der poort zal hij ingaan, en door den weg van hetzelve zal hij uitgaan.
4Daarna bracht hij mij den weg der noorderpoort, voor aan het huis; en ik zag, en ziet, de heerlijkheid des HEEREN had het huis des HEEREN vervuld; toen viel ik op mijn aangezicht.
Over Ezechiël 44: De Heiligheid van de Tempel

In Ezechiël 44 geeft de Heer instructies aan de profeet over de heiligheid van de nieuw herstelde tempel. Het hoofdstuk legt uit wie welkom is in de tempel en wie verboden is, met nadruk op het belang van reinheid en het naleven van Gods wet. Aan de priesters worden specifieke taken toegewezen, en het hoofdstuk eindigt met een herinnering aan Gods trouw aan Zijn verbond met Zijn volk.
Commentaar
Default commentary text