Ezechiël 44:4

“Daarna bracht hij mij den weg der noorderpoort, voor aan het huis; en ik zag, en ziet, de heerlijkheid des HEEREN had het huis des HEEREN vervuld; toen viel ik op mijn aangezicht.”
— Ezechiël 44:4 (The Statenvertaling Bible)

Context: Ezechiël 44

2En de HEERE zeide tot mij: Deze poort zal toegesloten zijn, zij zal niet geopend worden, noch iemand door dezelve ingaan, omdat de HEERE, de God Israels, door dezelve is ingegaan; daarom zal zij toegesloten zijn.

3De vorst, de vorst, die zal in dezelve zitten, om brood te eten voor het aangezicht des HEEREN; door den weg van het voorhuis der poort zal hij ingaan, en door den weg van hetzelve zal hij uitgaan.

4Daarna bracht hij mij den weg der noorderpoort, voor aan het huis; en ik zag, en ziet, de heerlijkheid des HEEREN had het huis des HEEREN vervuld; toen viel ik op mijn aangezicht.

5En de HEERE zeide tot mij: Mensenkind! zet er uw hart op, en zie met uw ogen, en hoor met uw oren alles, wat Ik met u spreken zal, van alle inzettingen van het huis des HEEREN, en van al zijn wetten; en zet uw hart op den ingang van het huis, met alle uitgangen des heiligdoms.

6En zeg tot die wederspannigen, tot het huis Israels: Zo zegt de Heere HEERE: Het is te veel voor ulieden, vanwege al uw gruwelen, o huis Israels.

Over Ezechiël 44: De Heiligheid van de Tempel

Ezechiël 44: De Heiligheid van de Tempel

In Ezechiël 44 geeft de Heer instructies aan de profeet over de heiligheid van de nieuw herstelde tempel. Het hoofdstuk legt uit wie welkom is in de tempel en wie verboden is, met nadruk op het belang van reinheid en het naleven van Gods wet. Aan de priesters worden specifieke taken toegewezen, en het hoofdstuk eindigt met een herinnering aan Gods trouw aan Zijn verbond met Zijn volk.

Commentaar

Default commentary text

Personen in Ezechiël 44