Genesis 45:15

“En hij kuste al zijn broederen, en hij weende over hen; en daarna spraken zijn broeders met hem.”
— Genesis 45:15 (The Statenvertaling Bible)

Context: Genesis 45

13En boodschapt mijn vader al mijn heerlijkheid in Egypte, en alles wat gij gezien hebt; en haast u, en brengt mijn vader herwaarts af.

14En hij viel aan den hals van Benjamin, zijn broeder, en weende; en Benjamin weende aan zijn hals.

15En hij kuste al zijn broederen, en hij weende over hen; en daarna spraken zijn broeders met hem.

16Als dit gerucht in het huis van Farao gehoord werd, dat men zeide: Jozefs broeders zijn gekomen! was het goed in de ogen van Farao, en in de ogen van zijn knechten.

17En Farao zeide tot Jozef: Zeg tot uw broederen: Doet dit, laadt uw beesten, en trekt heen, gaat naar het land Kanaan;

Over Genesis 45: Jozef onthult zich aan zijn broers

Genesis 45: Jozef onthult zich aan zijn broers

Jozef vergeeft zijn broers en vertelt hen om hun vader Jakob en hun families naar Egypte te brengen.

Commentaar

Genesis 45 is een cruciaal hoofdstuk in het boek Genesis, omdat het de hereniging van Jozef en zijn broers markeert. Na jaren van scheiding, onthult Jozef zijn ware identiteit aan zijn broers en vergeeft hij hen voor hun eerdere verkeerde daden.

Het hoofdstuk begint met de emotionele uitbarsting van Jozef, wanneer hij zijn ware identiteit aan zijn broers onthult. Hij is overmand door emotie en huilt, en zijn broers zijn verbijsterd. Jozef legt vervolgens uit dat God een plan voor hem had, en dat zijn lijden deel uitmaakte van dat plan. Hij vertelt hun dat God hem voor hen uitgestuurd had om leven te bewaren, en dat ze niet boos op zichzelf moeten zijn.

Personen in Genesis 45