Genesis 45:6

“Want het zijn nu twee jaren des hongers in het midden des lands; en er zijn nog vijf jaren, in welke geen ploeging noch oogst zijn zal.”
— Genesis 45:6 (The Statenvertaling Bible)

Context: Genesis 45

4En Jozef zeide tot zijn broederen: Nadert toch tot mij! En zij naderden. Toen zeide hij: Ik ben Jozef, uw broeder, dien gij naar Egypte verkocht hebt.

5Maar nu, weest niet bekommerd, en de toorn ontsteke niet in uw ogen, omdat gij mij hierheen verkocht hebt; want God heeft mij voor uw aangezicht gezonden, tot behoudenis des levens.

6Want het zijn nu twee jaren des hongers in het midden des lands; en er zijn nog vijf jaren, in welke geen ploeging noch oogst zijn zal.

7Doch God heeft mij voor uw aangezicht henen gezonden, om u een overblijfsel te stellen op de aarde, en om u bij het leven te behouden, door een grote verlossing.

8Nu dan, gij hebt mij herwaarts niet gezonden, maar God Zelf, Die mij tot Farao's vader gesteld heeft, en tot een heer over zijn ganse huis, en regeerder in het ganse land van Egypte.

Over Genesis 45: Jozef onthult zich aan zijn broers

Genesis 45: Jozef onthult zich aan zijn broers

Jozef vergeeft zijn broers en vertelt hen om hun vader Jakob en hun families naar Egypte te brengen.

Commentaar

Genesis 45 is een cruciaal hoofdstuk in het boek Genesis, omdat het de hereniging van Jozef en zijn broers markeert. Na jaren van scheiding, onthult Jozef zijn ware identiteit aan zijn broers en vergeeft hij hen voor hun eerdere verkeerde daden.

Het hoofdstuk begint met de emotionele uitbarsting van Jozef, wanneer hij zijn ware identiteit aan zijn broers onthult. Hij is overmand door emotie en huilt, en zijn broers zijn verbijsterd. Jozef legt vervolgens uit dat God een plan voor hem had, en dat zijn lijden deel uitmaakte van dat plan. Hij vertelt hun dat God hem voor hen uitgestuurd had om leven te bewaren, en dat ze niet boos op zichzelf moeten zijn.

Personen in Genesis 45