Genesis 46:19

“De zonen van Rachel, Jakobs huisvrouw: Jozef en Benjamin.”
— Genesis 46:19 (The Statenvertaling Bible)

Context: Genesis 46

17En de zonen van Aser: Jimna, en Jisva, en Jisvi, en Berija, en Sera, hun zuster; en de zonen van Berija: Heber en Malchiel.

18Dit zijn de zonen van Zilpa, die Laban aan zijn dochter Lea gegeven had; en zij baarde Jakob deze zestien zielen.

19De zonen van Rachel, Jakobs huisvrouw: Jozef en Benjamin.

20En Jozef werden geboren in Egypteland, Manasse en Efraim, die hem Asnath, de dochter van Potifera, den overste te On, baarde.

21En de zonen van Benjamin: Bela, Becher en Asbel, Gera en Naaman, Echi en Ros, Muppim en Huppim, en Ard.

Over Genesis 46: Jakob en zijn familie verhuizen naar Egypte

Genesis 46: Jakob en zijn familie verhuizen naar Egypte

Jakob en zijn familie verhuizen naar Egypte en vestigen zich in het land Gosen.

Commentaar

Genesis 46 is het verslag van de reis van Jacob en zijn familie naar Egypte. Nadat hij door God was geïnstrueerd om naar Egypte te gaan, begint Jacob met zijn familie aan hun reis. Onderweg stopt Jacob in Beersheba en brengt offers aan God. Vervolgens ontvangt hij een visioen van God, waarin hem verzekerd wordt dat hij en zijn familie veilig zullen zijn in Egypte.

Wanneer ze in Egypte aankomen, worden Jacob en zijn familie verwelkomd door de farao. De farao is onder de indruk van Jacobs grote familie en geeft hun toestemming om zich te vestigen in het land van Gosen. Jacob en zijn familie worden dan herenigd met Jozef, die vele jaren daarvoor als slaaf was verkocht.

Personen in Genesis 46