Genesis 47:16
“En Jozef zeide: Geeft uw vee, zo zal ik het u geven voor uw vee, indien het geld ontbreekt.”
Context: Genesis 47
14Toen verzamelde Jozef al het geld, dat in Egypteland en in het land Kanaan gevonden werd, voor het koren, dat zij kochten; en Jozef bracht dat geld in Farao's huis.
15Als nu het geld uit Egypteland en uit het land Kanaan verdaan was, kwamen al de Egyptenaars tot Jozef, zeggende: Geef ons brood; want waarom zouden wij in uw tegenwoordigheid sterven? want het geld ontbreekt;
16En Jozef zeide: Geeft uw vee, zo zal ik het u geven voor uw vee, indien het geld ontbreekt.
17Toen brachten zij hun vee tot Jozef; en Jozef gaf hun brood voor paarden en voor het vee der schapen, en voor het vee der runderen, en voor ezels; en hij voedde hen met brood, datzelve jaar, voor al hun vee.
18Toen datzelve jaar voleind was, zo kwamen zij tot hem in het tweede jaar, en zeiden tot hem: Wij zullen het voor mijn heer niet verbergen, alzo het geld verdaan is, en de bezitting der beesten gekomen aan mijn heer, zo is er niets anders overgebleven voor het aangezichts mijns heren, dan ons lichaam en ons land.
Over Genesis 47: De Zegen van Jakob aan de Farao

Jozef voorziet voedsel voor zijn familie en de Egyptenaren tijdens de hongersnood.
Commentaar
Genesis hoofdstuk 47 is een cruciaal hoofdstuk in het boek Genesis, omdat het het begin markeert van de afdaling van de Israëlieten naar Egypte. In dit hoofdstuk zien we de machtige figuur van Jozef, die door zijn broers als slaaf is verkocht, maar nu een positie van macht en autoriteit in Egypte heeft. Hij kan zijn positie gebruiken om voedsel en onderdak te bieden aan zijn familie tijdens een hongersnood.
Het hoofdstuk begint met de farao die Jozef roept om zijn droom te interpreteren. Jozef legt de droom uit als een waarschuwing voor zeven jaren van overvloed gevolgd door zeven jaren van hongersnood. De farao stelt Jozef vervolgens aan als verantwoordelijke voor het land Egypte, met de autoriteit om gedurende de jaren van overvloed een vijfde van de productie te innen en op te slaan voor de jaren van hongersnood.