Genesis 47:21
“En aangaande het volk, dat zette hij over in de steden, van het ene uiterste der palen van Egypte, tot aan het andere uiterste deszelven.”
Context: Genesis 47
19Waarom zullen wij voor uw ogen sterven, zo wij als ons land? Koop ons en ons land voor brood; zo zullen wij en ons land Farao dienstbaar zijn; en geef zaad, opdat wij leven en niet sterven, en het land niet woest worde!
20Alzo kocht Jozef het gehele land van Egypte voor Farao; want de Egyptenaars verkochten een ieder zijn akker, dewijl de honger sterk over hen geworden was; zo werd het land Farao's eigen.
21En aangaande het volk, dat zette hij over in de steden, van het ene uiterste der palen van Egypte, tot aan het andere uiterste deszelven.
22Alleen het land der priesteren kocht hij niet, want de priesters hadden een bescheiden deel van Farao, en zij aten hun bescheiden deel, hetwelk hun Farao gegeven had; daarom verkochten zij hun land niet.
23Toen zeide Jozef tot het volk: Ziet, ik heb heden u en uw land gekocht voor Farao; ziet, daar is zaad voor u, opdat gij het land bezaait.
Over Genesis 47: De Zegen van Jakob aan de Farao

Jozef voorziet voedsel voor zijn familie en de Egyptenaren tijdens de hongersnood.
Commentaar
Genesis hoofdstuk 47 is een cruciaal hoofdstuk in het boek Genesis, omdat het het begin markeert van de afdaling van de Israëlieten naar Egypte. In dit hoofdstuk zien we de machtige figuur van Jozef, die door zijn broers als slaaf is verkocht, maar nu een positie van macht en autoriteit in Egypte heeft. Hij kan zijn positie gebruiken om voedsel en onderdak te bieden aan zijn familie tijdens een hongersnood.
Het hoofdstuk begint met de farao die Jozef roept om zijn droom te interpreteren. Jozef legt de droom uit als een waarschuwing voor zeven jaren van overvloed gevolgd door zeven jaren van hongersnood. De farao stelt Jozef vervolgens aan als verantwoordelijke voor het land Egypte, met de autoriteit om gedurende de jaren van overvloed een vijfde van de productie te innen en op te slaan voor de jaren van hongersnood.