Genesis 47:24
“Doch met de inkomsten zal het geschieden, dat gij aan Farao het vijfde deel zult geven, en de vier delen zullen voor u zijn, tot zaad des velds, en tot uw spijze en van degenen, die in uw huizen zijn, en om te eten voor uw kinderkens.”
Context: Genesis 47
22Alleen het land der priesteren kocht hij niet, want de priesters hadden een bescheiden deel van Farao, en zij aten hun bescheiden deel, hetwelk hun Farao gegeven had; daarom verkochten zij hun land niet.
23Toen zeide Jozef tot het volk: Ziet, ik heb heden u en uw land gekocht voor Farao; ziet, daar is zaad voor u, opdat gij het land bezaait.
24Doch met de inkomsten zal het geschieden, dat gij aan Farao het vijfde deel zult geven, en de vier delen zullen voor u zijn, tot zaad des velds, en tot uw spijze en van degenen, die in uw huizen zijn, en om te eten voor uw kinderkens.
25En zij zeiden: Gij hebt ons leven behouden; laat ons genade vinden in de ogen mijns heren, en wij zullen Farao's knechten zijn.
26Jozef dan stelde ditzelve in tot een wet, tot dezen dag, over het land van Egypte, dat Farao het vijfde deel zou hebben; behalve dat alleen het land der priesteren van Farao niet werd.
Over Genesis 47: De Zegen van Jakob aan de Farao

Jozef voorziet voedsel voor zijn familie en de Egyptenaren tijdens de hongersnood.
Commentaar
Genesis hoofdstuk 47 is een cruciaal hoofdstuk in het boek Genesis, omdat het het begin markeert van de afdaling van de Israëlieten naar Egypte. In dit hoofdstuk zien we de machtige figuur van Jozef, die door zijn broers als slaaf is verkocht, maar nu een positie van macht en autoriteit in Egypte heeft. Hij kan zijn positie gebruiken om voedsel en onderdak te bieden aan zijn familie tijdens een hongersnood.
Het hoofdstuk begint met de farao die Jozef roept om zijn droom te interpreteren. Jozef legt de droom uit als een waarschuwing voor zeven jaren van overvloed gevolgd door zeven jaren van hongersnood. De farao stelt Jozef vervolgens aan als verantwoordelijke voor het land Egypte, met de autoriteit om gedurende de jaren van overvloed een vijfde van de productie te innen en op te slaan voor de jaren van hongersnood.