Matteüs 2:11
“En in het huis gekomen zijnde, vonden zij het Kindeken met Maria, Zijn moeder, en nedervallende hebben zij Hetzelve aangebeden; en hun schatten opengedaan hebbende, brachten zij Hem geschenken: goud en wierook, en mirre.”
Context: Matteüs 2
9En zij, den koning gehoord hebbende, zijn heengereisd; en ziet, de ster, die zij in het oosten gezien hadden, ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het Kindeken was.
10Als zij nu de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde.
11En in het huis gekomen zijnde, vonden zij het Kindeken met Maria, Zijn moeder, en nedervallende hebben zij Hetzelve aangebeden; en hun schatten opengedaan hebbende, brachten zij Hem geschenken: goud en wierook, en mirre.
12En door Goddelijke openbaring vermaand zijnde in den droom, dat zij niet zouden wederkeren tot Herodes, vertrokken zij door een anderen weg weder naar hun land.
13Toen zij nu vertrokken waren, ziet, de engel des Heeren verschijnt Jozef in den droom, zeggende: Sta op, en neem tot u het Kindeken en Zijn moeder, en vlied in Egypte, en wees aldaar, totdat ik het u zeggen zal; want Herodes zal het Kindeken zoeken, om Hetzelve te doden.
Over Matteüs 2: Het bezoek van de wijzen

Wijzen bezoeken Jezus en koning Herodes beveelt dat alle jongens onder de 2 jaar in Bethlehem gedood moeten worden.
Commentaar
Mattheüs 2 is een hoofdstuk dat zich richt op de geboorte van Jezus en de gebeurtenissen die daarop volgden. Het begint met de wijzen uit het Oosten die naar Jeruzalem komen om te vragen waar de pasgeboren koning der Joden was. Koning Herodes was gealarmeerd door dit nieuws en vroeg aan de hogepriesters en schriftgeleerden waar de Messias geboren zou worden. Ze vertelden hem Bethlehem, zoals voorspeld was in het Oude Testament. Herodes stuurde vervolgens de wijzen naar Bethlehem om het kind te vinden en hem terug te brengen.
De wijzen vonden Jezus en zijn familie in een huis, niet in een stal, en boden hem geschenken aan van goud, wierook en mirre. Nadat ze vertrokken waren, verscheen een engel van de Heer aan Jozef in een droom en waarschuwde hem om naar Egypte te vluchten om aan de toorn van Herodes te ontsnappen. Jozef en Maria namen Jezus mee en vluchtten naar Egypte, waar ze bleven tot Herodes stierf.