Numeri 1:25

“Waren hun getelden van den stam van Gad vijf en veertig duizend zeshonderd en vijftig.”
— Numeri 1:25 (The Statenvertaling Bible)

Context: Numeri 1

23Hun getelden van den stam van Simeon waren negen en vijftig duizend en driehonderd.

24Van de zonen van Gad, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken.

25Waren hun getelden van den stam van Gad vijf en veertig duizend zeshonderd en vijftig.

26Van de zonen van Juda, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

27Waren hun getelden van den stam van Juda vier en zeventig duizend en zeshonderd.

Over Numeri 1: De volkstelling van de Israëlieten

Numeri 1: De volkstelling van de Israëlieten

Er wordt een telling gehouden van de Israëlieten en de organisatie van de stammen wordt uitgewerkt.

Commentaar

Het boek Numeri is het vierde boek van de Torah en het vierde boek van de Hebreeuwse Bijbel. Het is een verhaal over de reis van de Israëlieten van de Sinaï naar het Beloofde Land. Het boek begint met een volkstelling van de Israëlieten, die wordt uitgevoerd om de omvang van het leger te bepalen dat hen zal begeleiden op hun reis. Deze volkstelling wordt uitgevoerd door Mozes en Aäron, die door God zijn opgedragen het aantal mannen van elke stam te tellen.

De volkstelling wordt gevolgd door een reeks wetten en voorschriften die door de Israëlieten tijdens hun reis moeten worden gevolgd. Deze wetten omvatten instructies over hoe offers moeten worden gebracht, hoe de sabbat moet worden gevierd en hoe om te gaan met verschillende overtredingen. Het boek bevat ook een aantal profetieën, waaronder de belofte van een land overvloeiend van melk en honing.

Personen in Numeri 1