Numeri 1:37
“Waren hun getelden van den stam van Benjamin vijf en dertig duizend en vierhonderd.”
Context: Numeri 1
35Waren hun getelden van den stam van Manasse twee en dertig duizend en tweehonderd.
36Van de zonen van Benjamin, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,
37Waren hun getelden van den stam van Benjamin vijf en dertig duizend en vierhonderd.
38Van de zonen van Dan, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,
39Waren hun getelden van den stam van Dan twee en zestig duizend en zevenhonderd.
Over Numeri 1: De volkstelling van de Israëlieten

Er wordt een telling gehouden van de Israëlieten en de organisatie van de stammen wordt uitgewerkt.
Commentaar
Het boek Numeri is het vierde boek van de Torah en het vierde boek van de Hebreeuwse Bijbel. Het is een verhaal over de reis van de Israëlieten van de Sinaï naar het Beloofde Land. Het boek begint met een volkstelling van de Israëlieten, die wordt uitgevoerd om de omvang van het leger te bepalen dat hen zal begeleiden op hun reis. Deze volkstelling wordt uitgevoerd door Mozes en Aäron, die door God zijn opgedragen het aantal mannen van elke stam te tellen.
De volkstelling wordt gevolgd door een reeks wetten en voorschriften die door de Israëlieten tijdens hun reis moeten worden gevolgd. Deze wetten omvatten instructies over hoe offers moeten worden gebracht, hoe de sabbat moet worden gevierd en hoe om te gaan met verschillende overtredingen. Het boek bevat ook een aantal profetieën, waaronder de belofte van een land overvloeiend van melk en honing.