Numeri 1:46
“Al de getelden dan waren zeshonderd drie duizend vijfhonderd en vijftig.”
Context: Numeri 1
44Dezen zijn de getelden, welke Mozes geteld heeft, en Aaron, en de oversten van Israel; twaalf mannen waren zij, elk over het huis zijner vaderen.
45Alzo waren al de getelden der zonen van Israel, naar het huis hunner vaderen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die in Israel ten heire uittrokken,
46Al de getelden dan waren zeshonderd drie duizend vijfhonderd en vijftig.
47Maar de Levieten, naar den stam hunner vaderen, werden onder hen niet geteld.
48Want de HEERE had tot Mozes gesproken, zeggende:
Over Numeri 1: De volkstelling van de Israëlieten

Er wordt een telling gehouden van de Israëlieten en de organisatie van de stammen wordt uitgewerkt.
Commentaar
Het boek Numeri is het vierde boek van de Torah en het vierde boek van de Hebreeuwse Bijbel. Het is een verhaal over de reis van de Israëlieten van de Sinaï naar het Beloofde Land. Het boek begint met een volkstelling van de Israëlieten, die wordt uitgevoerd om de omvang van het leger te bepalen dat hen zal begeleiden op hun reis. Deze volkstelling wordt uitgevoerd door Mozes en Aäron, die door God zijn opgedragen het aantal mannen van elke stam te tellen.
De volkstelling wordt gevolgd door een reeks wetten en voorschriften die door de Israëlieten tijdens hun reis moeten worden gevolgd. Deze wetten omvatten instructies over hoe offers moeten worden gebracht, hoe de sabbat moet worden gevierd en hoe om te gaan met verschillende overtredingen. Het boek bevat ook een aantal profetieën, waaronder de belofte van een land overvloeiend van melk en honing.