Numeri 1:6
“Van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.”
Context: Numeri 1
4En met ulieden zullen zijn van elken stam een man, die een hoofdman is over het huis zijner vaderen.
5Deze zijn nu de namen der mannen, die bij u staan zullen: van Ruben, Elizur, de zoon van Sedeur.
6Van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.
7Van Juda, Nahesson, de zoon van Amminadab.
8Van Issaschar, Nethaneel, de zoon van Zuar.
Over Numeri 1: De volkstelling van de Israëlieten

Er wordt een telling gehouden van de Israëlieten en de organisatie van de stammen wordt uitgewerkt.
Commentaar
Het boek Numeri is het vierde boek van de Torah en het vierde boek van de Hebreeuwse Bijbel. Het is een verhaal over de reis van de Israëlieten van de Sinaï naar het Beloofde Land. Het boek begint met een volkstelling van de Israëlieten, die wordt uitgevoerd om de omvang van het leger te bepalen dat hen zal begeleiden op hun reis. Deze volkstelling wordt uitgevoerd door Mozes en Aäron, die door God zijn opgedragen het aantal mannen van elke stam te tellen.
De volkstelling wordt gevolgd door een reeks wetten en voorschriften die door de Israëlieten tijdens hun reis moeten worden gevolgd. Deze wetten omvatten instructies over hoe offers moeten worden gebracht, hoe de sabbat moet worden gevierd en hoe om te gaan met verschillende overtredingen. Het boek bevat ook een aantal profetieën, waaronder de belofte van een land overvloeiend van melk en honing.