Numeri 26:36
“En dit zijn de zonen van Sutelah; van Eran het geslacht der Eranieten.”
Context: Numeri 26
34Dat zijn de geslachten van Manasse: en hun getelden waren twee en vijftig duizend en zevenhonderd.
35Dit zijn de zonen van Efraim, naar hun geslachten: van Sutelah het geslacht der Sutelahieten; van Becher het geslacht der Becherieten; van Tahan het geslacht der Tahanieten.
36En dit zijn de zonen van Sutelah; van Eran het geslacht der Eranieten.
37Dat zijn de geslachten der zonen van Efraim, naar hun getelden: twee en dertig duizend en vijfhonderd. Dat zijn de zonen van Jozef, naar hun geslachten.
38De zonen van Benjamin, naar hun geslachten: van Bela het geslacht der Belaieten; van Asbel het geslacht der Asbelieten; van Ahiram het geslacht der Ahirmieten;
Over Numeri 26: De volkstelling van de Israëlieten

Een tweede volkstelling wordt gehouden onder de Israëlieten en het land wordt verdeeld onder de stammen.
Commentaar
In Numeri 26 beveelt de Heer Mozes om een volkstelling van de Israëlieten uit te voeren. Deze volkstelling moet worden uitgevoerd om het aantal mannen van militaire leeftijd te bepalen die in staat zijn om te vechten in de strijd. De Heer beveelt ook Mozes om het land onder de stammen van Israël te verdelen volgens het aantal mensen in elke stam. Dit is een belangrijk moment in de geschiedenis van de Israëlieten, omdat het het begin markeert van het proces om het Beloofde Land onder de stammen te verdelen.
Het hoofdstuk begint met een lijst van de nakomelingen van Jakob, de vader van de twaalf stammen van Israël. Deze lijst is belangrijk omdat het dient als een herinnering aan de belofte van de Heer aan Abraham dat zijn nakomelingen zo talrijk zouden zijn als de sterren aan de hemel. Het dient ook als een herinnering aan de trouw van de Heer aan Zijn volk, omdat Hij Zijn belofte aan Abraham heeft gehouden en de Israëlieten heeft vermenigvuldigd.
Personen in Numeri 26
- Israël
- Mozes
- Juda.
- Egypt
- Dan
- Levi
- Aäron
- Jozef
- Jozua
- Jordanië
- Efraïm
- Benjamin.
- Kanaän
- Manasse
- Gilead
- Gad
- Ruben
- Eleazar
- Noach
- Simeon
- Naftali
- Zebulun
- Aser
- Issachar
- Sara
- Merari
- Kaleb
- Sinaï
- Gerson
- Korah
- Zerah
- Eliab
- Hezron
- Tirza
- Amram
- Naäman
- Bela
- Heber
- Mirjam
- Farez
- Abiram
- Milkah
- Sela
- Dathan
- Carmi
- Elon
- Jakin
- Onan
- Saul
- Tola
- Jamin
- Hanoch
- Jezer
- Mahlah
- Areli
- Asriel
- Jahleel.
- Jahzeel
- Tahan
- Jochebed
- Ozni
- Abihu
- Daar
- Ithamar
- Jasjub
- Moab
- Nadab
- Sered
- Shimron.