Numeri 33:5
“Als de kinderen Israels van Rameses verreisd waren, zo legerden zij zich te Sukkoth.”
Context: Numeri 33
3Zij reisden dan van Rameses; in de eerste maand, op den vijftienden dag der eerste maand, des anderen daags van het pascha, togen de kinderen Israels uit door een hoge hand, voor de ogen van alle Egyptenaren;
4Als de Egyptenaars begroeven degenen, welke de HEERE onder hen geslagen had, alle eerstgeborenen; ook had de HEERE gerichten geoefend aan hun goden.
5Als de kinderen Israels van Rameses verreisd waren, zo legerden zij zich te Sukkoth.
6En zij verreisden van Sukkoth, en legerden zich in Etham, hetwelk aan het einde der woestijn is.
7En zij verreisden van Etham, en keerden weder naar Pi-hachiroth, dat tegenover Baal-Sefon is, en zij legerden zich voor Migdol.
Over Numeri 33: De Reis van de Israëlieten

God gebiedt de Israëlieten om de inwoners van het land Kanaän te verdrijven en het land onder de stammen te verdelen.
Commentaar
In Numeri 33 worden de Israëlieten geïnstrueerd om een volkstelling te houden en hun reis van Egypte naar het Beloofde Land op te tekenen. Dit hoofdstuk is een verslag van de verschillende stops die de Israëlieten maakten op hun reis, beginnend bij hun vertrek uit Raämses in Egypte en eindigend bij hun aankomst op de vlaktes van Moab.
Het hoofdstuk begint met een lijst van de verschillende kampementen die de Israëlieten maakten op hun reis. Deze lijst is belangrijk omdat het dient als een herinnering aan de vele plaatsen waar de Israëlieten stopten op weg naar het Beloofde Land. Het dient ook als een herinnering aan de vele beproevingen die ze onderweg tegenkwamen.