Uittocht 2:6

“Toen zij het open deed, zo zag zij dat knechtje; en ziet, het jongsken weende; en zij werd met barmhartigheid bewogen over hetzelve, en zij zeide: Dit is een van de knechtjes der Hebreen!”
— Uittocht 2:6 (The Statenvertaling Bible)

Context: Uittocht 2

4En zijn zuster stelde zich van verre, om te weten, wat hem gedaan zou worden.

5En de dochter van Farao ging af, om zich te wassen in de rivier; en haar jonkvrouwen wandelden aan den kant der rivier; toen zij het kistje in het midden van de biezen zag, zo zond zij haar dienstmaagd heen, en liet het halen.

6Toen zij het open deed, zo zag zij dat knechtje; en ziet, het jongsken weende; en zij werd met barmhartigheid bewogen over hetzelve, en zij zeide: Dit is een van de knechtjes der Hebreen!

7Toen zeide zijn zuster tot Farao's dochter: Zal ik heengaan, en u een voedstervrouw uit de Hebreinnen roepen, die dat knechtje voor u zoge?

8En de dochter van Farao zeide tot haar: Ga heen. En de jonge maagd ging, en riep des knechtjes moeder.

Over Uittocht 2: Mozes vlucht naar Midian

Uittocht 2: Mozes vlucht naar Midian

Mozes doodt een Egyptenaar en vlucht naar Midian, waar hij met Zippora trouwt en een zoon krijgt.

Commentaar

Exodus hoofdstuk 2 vertelt het verhaal van de geboorte van Mozes en zijn redding uit de Nijl. Het begint met de geboorte van Mozes bij Amram en Jochebed, die behoorden tot de stam van Levi. Farao had bevolen dat alle mannelijke Hebreeuwse kinderen in de Nijl geworpen moesten worden, dus plaatste Jochebed Mozes in een mand en liet hem dobberen op de rivier. De dochter van Farao vond de mand en nam Mozes aan als haar eigen zoon.

Mozes werd opgevoed in het paleis van Farao en kreeg onderwijs in alle wijsheid van de Egyptenaren. Toen hij echter volwassen was, zag hij een Egyptenaar een Hebreeër slaan en doodde hij de Egyptenaar. Uit vrees voor zijn leven vluchtte Mozes naar Midian, waar hij met Zippora trouwde en twee zonen kreeg.

Personen in Uittocht 2