Uittocht 3:18
“En zij zullen uw stem horen; en gij zult gaan, gij en de oudsten van Israel, tot den koning van Egypte, en gijlieden zult tot hem zeggen: De HEERE, de God der Hebreen, is ons ontmoet; zo laat ons nu toch gaan den weg van drie dagen in de woestijn, opdat wij den HEERE, onzen God, offeren!”
Context: Uittocht 3
16Ga heen, en verzamel de oudsten van Israel, en zeg tot hen: De HEERE, de God uwer vaderen, is mij verschenen, de God van Abraham, Izak en Jakob, zeggende: Ik heb ulieden getrouwelijk bezocht, en hetgeen ulieden in Egypte is aangedaan;
17Daarom heb Ik gezegd: Ik zal ulieden uit de verdrukking van Egypte opvoeren, tot het land der Kanaanieten, en der Hethieten, en der Amorieten, en der Ferezieten, en der Hevieten, en der Jebusieten; tot het land, vloeiende van melk en honig.
18En zij zullen uw stem horen; en gij zult gaan, gij en de oudsten van Israel, tot den koning van Egypte, en gijlieden zult tot hem zeggen: De HEERE, de God der Hebreen, is ons ontmoet; zo laat ons nu toch gaan den weg van drie dagen in de woestijn, opdat wij den HEERE, onzen God, offeren!
19Doch Ik weet, dat de koning van Egypte ulieden niet zal laten gaan, ook niet door een sterke hand.
20Want Ik zal Mijn hand uitstrekken, en Egypte slaan met al Mijn wonderen, die Ik in het midden van hetzelve doen zal; daarna zal hij ulieden laten vertrekken.
Over Uittocht 3: God roept Mozes bij de brandende doornstruik

God spreekt tot Mozes vanuit een brandende struik en vertelt hem om terug te keren naar Egypte om de Israëlieten uit de slavernij te leiden. God geeft Mozes Zijn naam, "Ik ben die Ik ben.".
Commentaar
Exodus hoofdstuk 3 is een kantelpunt in de Bijbel, omdat het het begin markeert van Mozes' missie om de Israëlieten uit Egypte te leiden. In dit hoofdstuk verschijnt God aan Mozes in de vorm van een brandende struik en spreekt tot hem, waarbij Hij Zijn goddelijke plan openbaart.
God vertelt Mozes dat Hij de kreten van de Israëlieten heeft gehoord en gekomen is om hen te bevrijden uit hun slavernij in Egypte. Hij instrueert Mozes om naar de farao te gaan en te eisen dat hij de Israëlieten laat gaan. God belooft bij Mozes te zijn en hem de kracht en moed te geven die hij nodig heeft om zijn missie uit te voeren.