Uittocht 4:23
“En Ik heb tot u gezegd: Laat Mijn zoon trekken, dat hij Mij diene! maar gij hebt geweigerd hem te laten trekken; zie, Ik zal uw zoon, uw eerstgeborene doden!”
Context: Uittocht 4
21En de HEERE zeide tot Mozes: Terwijl gij heentrekt, om weder in Egypte te keren, zie toe, dat gij al de wonderen doet voor Farao, die Ik in uw hand gesteld heb; doch Ik zal zijn hart verstokken, dat hij het volk niet zal laten gaan.
22Dan zult gij tot Farao zeggen: Alzo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israel.
23En Ik heb tot u gezegd: Laat Mijn zoon trekken, dat hij Mij diene! maar gij hebt geweigerd hem te laten trekken; zie, Ik zal uw zoon, uw eerstgeborene doden!
24En het geschiedde op den weg, in de herberg, dat de HEERE hem tegenkwam, en zocht hem te doden.
25Toen nam Zippora een stenen mes en besneed de voorhuid haars zoons, en wierp die voor zijn voeten, en zeide: Voorwaar, gij zijt mij een bloedbruidegom!
Over Uittocht 4: Mozes keert terug naar Egypte

Mozes keert terug naar Egypte en voert de tekenen uit die God hem heeft gegeven, maar de farao weigert nog steeds om de Israëlieten te laten gaan.
Commentaar
Exodus hoofdstuk 4 vertelt het verhaal van Mozes' ontmoeting met God bij de brandende doornstruik. Nadat Mozes door God is geroepen om de Israëlieten uit Egypte te leiden, is Mozes terughoudend en stelt hij vragen bij Gods plan. Als reactie voorziet God Mozes van verschillende tekenen om zijn autoriteit te bewijzen en zijn kracht te demonstreren.
Het eerste teken is de transformatie van Mozes' staf in een slang. Dit is een krachtig symbool van Gods autoriteit en kracht, omdat het aantoont dat God in staat is wonderen te verrichten. Het dient ook als herinnering aan Mozes dat hij niet alleen is in zijn missie, en dat God hem bij elke stap zal begeleiden.