Uittocht 9:12
“Doch de HEERE verstokte Farao's hart, dat hij naar hen niet hoorde, gelijk de HEERE tot Mozes gesproken had.”
Context: Uittocht 9
10En zij namen as uit den oven, en stonden voor Farao's aangezicht; en Mozes strooide die naar den hemel; toen werden er zweren, uitbrekende met blaren, aan de mensen en aan het vee;
11Alzo dat de tovenaars voor Mozes niet staan konden, vanwege de zweren; want aan de tovenaars waren zweren, en aan al de Egyptenaren.
12Doch de HEERE verstokte Farao's hart, dat hij naar hen niet hoorde, gelijk de HEERE tot Mozes gesproken had.
13Toen zeide de HEERE tot Mozes: Maak u morgen vroeg op, en stel u voor Farao's aangezicht, en zeg tot hem: Zo zegt de HEERE, de God der Hebreen: Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen.
14Want ditmaal zal Ik al Mijn plagen in uw hart zenden, en over uw knechten, en over uw volk, opdat gij weet, dat er niemand is gelijk Ik, op de ganse aarde.
Over Uittocht 9: De Vijfde, Zesde en Zevende Plagen: Vee, Builen en Hagel

De plagen van het vee, zweren en hagel komen over Egypte, maar toch weigert de farao om de Israëlieten te laten gaan.
Commentaar
Exodus hoofdstuk 9 is een krachtige herinnering aan de macht van God en Zijn vermogen om Zijn volk te beschermen. In dit hoofdstuk stuurt God een reeks plagen naar Egypte om de farao ervan te overtuigen de Israëlieten te laten gaan. De plagen zijn een demonstratie van Gods macht en Zijn bereidheid om Zijn volk te beschermen.
De eerste plaag is een plaag van hagel en vuur. Deze plaag is een teken van Gods kracht en Zijn vermogen om de elementen te beheersen. De hagel en het vuur zijn zo hevig dat ze alle gewassen in Egypte vernietigen. Dit is een teken van Gods kracht en Zijn bereidheid om Zijn volk te beschermen.