Ezechiël 17:18
“Want hij heeft den eed veracht, brekende het verbond, daar hij, ziet, zijn hand gegeven had; dewijl hij al deze dingen gedaan heeft, zal hij niet ontkomen.”
Context: Ezechiël 17
16Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo hij niet in de plaats des konings, die hem koning gemaakt heeft, wiens eed hij veracht, en wiens verbond hij gebroken heeft, bij hem in het midden van Babel zal sterven!
17Ook zal Farao, door een groot heir en door menigte van krijgs vergadering, met hem in oorlog niets uitrichten als men een wal zal opwerpen, en als men sterkten bouwen zal, om vele zielen uit te roeien.
18Want hij heeft den eed veracht, brekende het verbond, daar hij, ziet, zijn hand gegeven had; dewijl hij al deze dingen gedaan heeft, zal hij niet ontkomen.
19Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Zo waarachtig als Ik leef, zo Ik Mijn eed, dien hij veracht heeft, en Mijn verbond, dat hij gebroken heeft, datzelve niet op zijn hoofd geve!
20En Ik zal Mijn net over hem uitspreiden, dat hij gegrepen zal worden in Mijn jachtgaren; en Ik zal daar met hem rechten over zijn overtreding, waardoor hij tegen Mij overtreden heeft.
Over Ezechiël 17: Parabel van de Twee Adelaars en de Wijnstok

In Ezechiël hoofdstuk 17 gebruikt God de gelijkenis van twee arenden en een wijnstok om de leiders van Juda te oordelen en te veroordelen voor hun ontrouw en ongehoorzaamheid. De eerste arend vertegenwoordigt Nebukadnezar van Babylon, die een kleine tak van Juda neemt en deze in zijn eigen tuin plant. De tweede arend vertegenwoordigt Egypte, die probeert de wijnstok nieuw leven in te blazen door bescherming te bieden, maar faalt. Uiteindelijk belooft God zelf in te grijpen en het koninkrijk van Juda te herstellen.
Commentaar
Default commentary text