Numeri 33:55
“Maar indien gij de inwoners des lands niet voor uw aangezicht uit de bezitting zult verdrijven, zo zal het geschieden, dat, die gij van hen zult laten overblijven, tot doornen zullen zijn in uw ogen, en tot prikkelen in uw zijden, en u zullen benauwen op het land, waarin gij woont.”
Context: Numeri 33
53En gij zult het land in erfelijke bezitting nemen, en daarin wonen; want Ik heb u dat land gegeven, om hetzelve erfelijk te bezitten.
54En gij zult het land in erfelijke bezitting nemen door het lot, naar uw geslachten; dengenen, die veel zijn, zult gij hun erfenis meerder maken, en dien, die weinig zijn, zult gij hun erfenis minder maken; waarheen voor iemand het lot zal uitgaan, dat zal hij hebben; naar de stammen uwer vaderen zult gij de erfenis nemen.
55Maar indien gij de inwoners des lands niet voor uw aangezicht uit de bezitting zult verdrijven, zo zal het geschieden, dat, die gij van hen zult laten overblijven, tot doornen zullen zijn in uw ogen, en tot prikkelen in uw zijden, en u zullen benauwen op het land, waarin gij woont.
56En het zal geschieden, dat Ik u zal doen, gelijk als Ik hun dacht te doen.
Over Numeri 33: De Reis van de Israëlieten

God gebiedt de Israëlieten om de inwoners van het land Kanaän te verdrijven en het land onder de stammen te verdelen.
Commentaar
In Numeri 33 worden de Israëlieten geïnstrueerd om een volkstelling te houden en hun reis van Egypte naar het Beloofde Land op te tekenen. Dit hoofdstuk is een verslag van de verschillende stops die de Israëlieten maakten op hun reis, beginnend bij hun vertrek uit Raämses in Egypte en eindigend bij hun aankomst op de vlaktes van Moab.
Het hoofdstuk begint met een lijst van de verschillende kampementen die de Israëlieten maakten op hun reis. Deze lijst is belangrijk omdat het dient als een herinnering aan de vele plaatsen waar de Israëlieten stopten op weg naar het Beloofde Land. Het dient ook als een herinnering aan de vele beproevingen die ze onderweg tegenkwamen.