
De Gezegenden en de Slechten
Psalmen 1
Psalm 1 zet de toon voor de rest van het boek van Psalmen door een contrast te trekken tussen twee paden: de weg van de rechtvaardigen en de weg van de goddelozen. De psalm begint met het beschrijven van de gezegendheid van degenen die dag en nacht mediteren over de wet van God, hen vergelijkend met bomen geplant bij waterstromen die vrucht dragen in het juiste seizoen. Daarentegen worden de goddelozen afgeschilderd als kaf dat door de wind weggeblazen wordt, zonder een stevig fundament en bestemd voor vernietiging.






















































































































































































